En het is (bijna…) af!

Wat is bewustzijn nou eigenlijk? is mijn eerste ‘echte’ boek. En het begint nu écht ‘echt’ te worden. Voor mij een bijzondere en spannende periode. Het is nu begin mei 2020, bijna drie jaar nadat ik het idee voor een boek over bewustzijn en bewustzijnsonderzoek heb gepitcht bij de eerste uitgever. Nu, drie jaar later ligt er een versie waar we enkel nog wat punten en komma’s recht te zetten hebben, is er een kaft, wordt er hard gewerkt aan de najaarsaanbieding 2020 van Nieuw Amsterdam waarin míjn boek aangeprezen zal worden. De laatste keer dat ik bij boekhandel Van Der Velde aan het Akerkhof binnen was, begin februari dit jaar, zag ik in gedachten mijn boek al tussen de boeken van Daniel Dennett, Victor Lamme en Phillip Goff staan. Toen nog een vage fantasie. Nu is het al bijna tastbaar. De gedachte aan het oranje omslag met het mannetje in het lege hoofd dat naar buiten kijkt, maar via een spiegel zichzelf ziet, een fantastisch ontwerp van Rhonald Blommesteijn, – het zorgt voor golfjes van spanning, elke keer dat ik er onwillekeurig aan denk.

Het idee om een boek te schrijven had ik al veel langer. Schrijven over wetenschappelijke onderwerpen heb ik altijd al leuk gevonden. Helaas kun je als wetenschapper zulke creativiteit niet helemaal kwijt in wetenschappelijke artikelen. Natuurlijk is het schrijven van een academisch paper ook een kunst op zich. Een ‘lekker lezend’ artikel is iets om trots op te zijn. Maar wetenschappelijke artikelen zijn gebonden aan een vast format en eigenlijk enorm beperkt. Een artikel beschrijft één experiment of studie. De inleiding en discussie worden er vaak een beetje bij aangeplakt op het moment dat je weet wat er uit je experiment is gekomen. Dat schrijf je dan op, je stuurt het naar een tijdschrift, twee of drie vakgenoten kijken er naar, kraken het af, je past het wat aan een naar wat heen-en-weer wordt het dan geplaatst in een wetenschappelijk tijdschrift, als één van de vele duizenden artikelen die jaarlijks verschijnen. Een heel klein druppeltje nieuwe kennis in een enorme oceaan.

Omdat wetenschappelijke artikelen zo kort en bondig moeten zijn heb je nauwelijks ruimte om zaken goed uit te leggen of om brede ideeën en dwarsverbanden te verkennen. Een wetenschappelijk artikel schrijf je eigenlijk voor de bühne van collega’s – misschien een paar honderd man en vrouw wereldwijd. Je schrijft in elk geval niet voor het brede publiek. Maar het ‘brede publiek’ vertellen over wetenschap is nou juist wat ik zo leuk vind. Dat begon al als klein kereltje van een jaar of acht, negen. Bij uitzondering mocht ik toen al meedoen aan de cursussen amateurastronomie van de sterrenwacht Phoenix in Lochem. Op open sterrenkijkavonden mocht ik, vol trots, de sterrenkijkers laten zien aan de bezoekers en vertellen over sterren en planeten. Een jaartje later had ik een eigen clubje van vrienden en bekenden van mijn ouders. Maandelijks schreef ik een krantje over een wetenschappelijk onderwerp uit de sterrenkunde, geologie of paleontologie, waar mensen zich voor een klein bedragje op konden abonneren, en later, toen ik eenmaal echt als onderzoeker werkte leende ik me maar al te graag voor radio- en TV-interviews. Iets ingewikkelds op eenvoudige wijze uitleggen was ik in elk geval nog niet verleerd.

Maar ja, werken als wetenschapper betekent dat je een drukke baan hebt. Een boek voor breed publiek, in het Nederlands – het doet niet veel voor je CV. Aan de andere kant: je CV is ook niet alles. Eén van de belangrijkste dingen die ik de afgelopen jaren geleerd heb is dat je je niet te veel moet laten tegenhouden door carrière-eisen en verwachtingen maar dat als je een goede basis hebt je eigenlijk gewoon moet gaan doen wat je leuk vindt. Dat heb ik dan ook gedaan – mijn onderzoek kreeg een wat andere richting. Het nu echt gaan schrijven van een boek werd getriggerd door een boek van collega Stefan van der Stigchel: Aandacht. Een goed en leuk geschreven boek over Stefans vakgebied. Zie je, het kan dus wél, dacht ik. Mijn vakgebied en passie is bewustzijnsonderzoek, maar dan van een wat alternatieve kant bekeken. Dáár wilde ik een boek over schrijven.

Ik had al een eerder idee voor een boek over ‘anomale cognitie’ (een eufemisme voor parapsychologie) voorgesteld bij een Engelse uitgever, maar dat zou een wetenschappelijk boek worden. Ondanks een positieve eerste reactie was ik er zelf niet zo enthousiast over. Wetenschappelijke boeken in het Engelse taalgebied kosten veel tijd om te schrijven, maar ze vinden nauwelijks aftrek. Ook niet bij wetenschappers. Stefan’s boek bracht me echter op het idee om een Nederlandstalig boek te gaan schrijven. Dat zou ik toch ook moeten kunnen? Nu dus drie jaar geleden trok ik de stoute schoenen aan en stuurde mijn samenvatting en een eerste hoofdstuk naar een jonge uitgeverij gespecialiseerd in populair wetenschappelijke boeken over psychologie en hersenwetenschap. Een enthousiaste reactie volgde, daarna een prettige kennismaking en een wederzijds uitgesproken vertrouwen. Over een contract zouden we gaan praten als er meer tekst zou liggen.

Het schrijven van het boek zelf kostte veel tijd. Niet in de laatste plaats omdat ik halverwege het schrijfproces van baan ben veranderd. Met enige regelmaat, maar wel met grote tussenpozen, reisde ik af naar Amsterdam om te overleggen met uitgever en redacteur over het manuscript. Leuke gesprekken, waar ik ook veel van opgestoken heb. In juni 2019 was het zover. Ik had mezelf er toe gezet om het boek af te schrijven – het lag al te lang. Het weekend waarin ik een hele nacht heb doorgewerkt aan het laatste hoofdstuk is nog steeds onderwerp van gesprek hier in huis. Ondanks het gebrek aan nachtrust die periode kon ik wel zeggen dat het boek af was en dat het contract getekend kon worden.

Tenminste… ik was in Parijs voor een congres en kreeg een telefoontje van de uitgever. Ik had al een onderbuikgevoel. Het voorgaande gesprek in Amsterdam had al wat geschuurd – niet dat er een negatieve sfeer was, maar er wat toch wat meer terughoudendheid over het boek. Niet wat betreft de kwaliteit maar meer of het boek past bij het fonds van de uitgever. Na lang nadenken en met pijn in het hart had hij toch besloten dat het manuscript dat ik had geschreven niet in het fonds past. Een enorme domper – maar ik begreep het ook heel goed. Wat is bewustzijn nou eigenlijk? is ook geen standaardboek over het brein en bewustzijn. Het is op zijn zachtst gezegd controversieel. Meer dan de helft van het boek behandelt theorieën en ideeën die ronduit taboe zijn in de psychologie en neurowetenschap; daarbij is het aandeel filosofie ook wel heel fors. No hard feelings dus – een uitgever moet een boek verkopen dat past in zijn fonds en het fonds van deze uitgever is sterk gericht op ‘harde’ gedragswetenschappen. Dat snap ik prima. Ik ben nog steeds ontzettend dankbaar voor de kans die ik gekregen heb, maar nog veel dankbaarder voor eens stuk nazorg: een introductie bij literair agent Sebes en Bisseling.

Dat bleek een gouden zet. Binnen een paar dagen kreeg ik een telefoontje van Willem Bisseling dat hij razend enthousiast was. Een gesprek in Amsterdam verder bleek het enthousiasme wederzijds en had ik een agent! Hoe cool is dat. En ik ben er nog steeds enorm blij mee. Ja, natuurlijk betaal je een commissie aan een agent, maar het feit dat er iemand met je meeleest, waardevolle feedback geeft, de contacten met uitgevers kan leggen, voor je onderhandelt – dat is de commissie dubbel en dwars waard. Willem liet er geen gras over groeien. Ook al was het zomervakantie, binnen een paar weken waren al vijf uitgeverijen geïnteresseerd en nog binnen een maand nadat ik voor het eerst kennis had gemaakt met Willem zaten we bij uitgeverij Nieuw Amsterdam om een contract te tekenen.

Vanaf dat moment ging het hard. In oktober kreeg ik de eerste ronde feedback en heb ik een hele grote revisie gedaan waarin de hele structuur op de schop is gegaan en er een volledig nieuw hoofdstuk bij is gekomen; dit enorme project was in januari klaar. De tweede ronde feedback volgde snel. Op 70.000 woorden ongeveer 1500 wijzigingen en een kleine 300 punten van commentaar. Maar na een week stevig doorzetten was het zo ver. Op 28 april 2020 kon ik versie 2.1 inleveren, terwijl in de tussentijd gewerkt werd aan de aanbiedingsfolder en het omslag. En nu is het dus ‘echt’. Een boek dat ruim drie jaar in de maak is geweest – en over een paar maanden ligt het in de winkel. Loop je langs de Ako op het station of de boekhandel in de stad en zie je mijn boek liggen.

Ik kan haast niet meer wachten!